Michiel Borstlap, Ernst Glerum, Han Bennink - BGB 3 (VIA Jazz)
Yuri Honing, Misha Mengelberg - Playing (VIA Jazz)
Met steeds duidelijker wordende afstand voeren pianist Michiel Borstlap en saxofonist Yuri Honing de kop aan van het grote peloton dat wordt gevormd door de zeer talentvolle jongere jazzgeneratie in Nederland. Niet alleen staan alle groepen waarin ze samenwerken op een niveau dat internationaal tot de top gerekend mag worden (Michiel Borstlap Sextet, White House) en speelden ze samen het duet Memories of Enchantment dat Borstlap de BMI Composers Award opleverde, ook tillen ze ieder afzonderlijk de groepen waarin ze spelen naar een hoger platform. Te beginnen met de twee trio's die hun respectievelijke namen dragen, maar ook de groepen van bijvoorbeeld zangeressen Sylvie Lane (met Michiel Borstlap) en Lydia van Dam (met Yuri Honing) behoren mede door de inbreng van het tweetal tot de interessantste formaties in het genre.
Het kan daarom geen toeval zijn dat deze twee musici het 'duel' aangaan met dat andere duo: drummer Han Bennink en pianist Misha Mengelberg. 'Han & Misha' vormen een begrip, vooral omdat het al wat langer meegaat dan Michiel & Yuri. Zo'n dertig jaar geleden speelden Bennink en Mengelberg al samen, legden ze de eerste hand aan de Instant Composers Pool en daarmee de basis voor de Nederlandse school in de geïmproviseerde muziek. Borstlap en Honing zijn representanten van een generatie die een gedegen conservatorium-opleiding volgden.
Borstlap en Bennink waren de eersten die elkaar tegenkwamen, in een trio dat ze vormden met bassist Ernst Glerum. De vorig jaar verschenen cd 'Bennink Borstlap Glerum 3' (VIA Jazz 992.029.2) en de daarop volgende internationale tournees maken duidelijk dat die combinatie een geslaagde is. Yuri Honing ontmoet pianist Misha Mengelberg in de nog uitdagendere duo-bezetting, hetgeen resulteerde in de cd Playing (Jazz in Motion / VIA 982053-2).
Het is even interessant als flauw, en daarom een beetje voor de hand liggend maar toch leuk (want impro tegenover conservatoriumjazz om even in termen te spreken die een paar jaar geleden nog onverenigbaar leken) om die twee cd's naast elkaar te leggen en te proberen vast te stellen wie van de twee er 'beter' is: de oude of de jonge generatie. En dan valt al snel een aspect op. Borstlap en Honing beiden in hun eigen situatie de leiding resoluut in handen nemen.
Voor Borstlap lijkt dat enigszins vanzelfsprekend, omdat in een pianotrio de pianist al snel de vormgever is, maar met een van huis uit dominante slagwerker als Bennink ligt dat toch iets anders. Borstlap laat zich door die manifeste drums echter niet van de wijs brengen. Hij reageert alert op grillige wendingen en past die vervolgens logisch in de melodische thema's die hij aan het uitwerken is. Eigen composities of werk van Wayne Shorter, Duke Ellington en Thelonious Monk. Bennink herkent op zijn beurt het meesterschap en vindt zijn plezier in vruchtbare samenwerking. Daarvoor is hij ook toegerust; zijn vaardigheden worden immers dagelijks getraind op de momenten dat hij in zijn atelier even afstand neemt van zijn beeldende kunst en op de drums nieuwe inspiratie op zich laat inwerken.
Van Misha Mengelberg wordt daarentegen gefluisterd dat hij liever in het schaakcafé zit dan achter de vleugel. Dat is wellicht een tikkeltje overdreven, maar het technisch niveau van zijn spel getuigt inderdaad niet van dagelijkse toewijding. Waar Borstlap onlangs in een interview in deze krant nog repte over een ambacht dat je moet beheersen voordat van een artistieke prestatie sprake kan zijn (een filosofie die Honing met hem deelt), huldigt Mengelberg de opvatting dat creativiteit een ambacht op zich is. En dat leidt tot een merkwaardige maar wel boeiende confrontatie. Een ontmoeting tussen een Mondriaan en een Appel; beide even abstract maar de een (Honing) nauwkeurig wetend hoe welke vlakjes in verhouding tot welke andere vlakjes moeten staan, de ander (Mengelberg) maar 'wat aan rotzooiend' met tubes verf, vertrouwend op een natuurlijk evenwicht van groeiende kleurvelden.
Honing laat zich niet tot dat onvoorspelbare avontuur verleiden, houdt vast aan zijn eigen opvatting en heeft daarmee als vanzelf het auditieve voortouw in handen. Want zelfs als hij Mengelberg volgt, vult hij diens vlakken nauwkeuriger in en bepaalt hij dus uiteindelijk het eindresultaat. Maar evengoed als hij daarmee Mengelberg nu en dan dwingt eens nauwkeuriger te definiëren wat hij precies heeft mee te delen, neemt de pianist Honing mee op avonturen waarin alles nog te definiëren valt, waardoor dus ook Honing dus voorturend op de proef wordt gesteld.
Dan lijken de rollen ineen omgedraaid en is het Mengelberg die bepaalt wat er gebeurd, en op welk terrein de robbertjes worden uitgevochten. Waarop het vervolgens weer de beurt is aan Honing om te bewijzen dat hij zich ook daar meesterlijk staande weet te houden. Als het een echt duel was, zou je kunnen zeggen dat de saxofonist Mengelberg met eigen wapenen verslaat. Maar de strijd is hier een spel dat leidt tot fascinerende muziek, die zaterdag live te horen is in het Utrechtse SJU-Huis.
© Jan Rensen, 1 oktober 1998