Jasper Blom's Dialect (VSOP / VIA)
Michael Brecker - Time is of the Essence (GRP/Verve)

Nog geen maand geleden kwamen vier musici bijeen in een Amsterdamse studio. Saxofonist Jasper Blom, pianist David Berkman, bassist Eric Surmenian en slagwerker Matt Wilson. Het was min of meer een gelegenheidsontmoeting. Men kende elkaar wel maar de combinatie was nieuw. Wel vooropgezet want het doel was om van dit kwartet een vaste groep te maken en de reden voor het studiobezoek was het maken van een demotape waarmee clubs zouden moeten worden overgehaald de groep spoorslags te boeken.
Na een korte repetitie hadden de vier nog een paar uurtjes over voor de opname. Moet net kunnen, dachten ze. En ze hadden gelijk; na afloop gingen ze met een tevreden gevoel naar huis, leuk bandje gemaakt.
Tot ze later de tape terugluisterden. Geen leuk bandje: een geweldig bandje hadden ze gemaakt. Zomaar spontaan waren negen doorwrochte composities geboren, met kop en staart, met een logische en spannende invulling, gedurfde confrontaties en fijnzinnige oplossingen. Terecht werd besloten de muziek meteen op een cd uit te brengen.
Hoezeer het lot de heren goedgezind was mag blijken uit het feit dat op de tape plotseling een frase van zangeres Anne Dekker te horen was. Puur pech want het gevolg van een computerstorinkje. Dekker stond in een naburige ruimte in dezelfde studio op te nemen. Maar de woorden die door de magie op de Dialect-tape terechtkwam, 'while I'll disappear' blijken exact aan te sluiten op de muziek van het kwartet. Dezelfde toonsoort, passend in de context, ritmisch op zijn plek, en een inhoudelijke betekenis die aansluit bij de sfeer. Dat wondertje werd ons niet onthouden. Het is gewoon blijven staan op de cd.
Hoe anders is Time is of the Essence tot stand gekomen. Dagen studiowerk en nog veel meer voorbereiding zijn er aan te pas gekomen. Dat de musici erin slagen hun werk net zo spontaan te laten klinken als die van Dialect is daarom een groot compliment. Het zijn ook niet de minsten: tenorist Michael Brecker gitarist Pat Metheny, organist Larry Goldings en afwisselend de slagwerkers Elvin Jones, Jeff 'Tain' Watts en Bill Stewart.
Of de cd daardoor ook minstens zo leuk is geworden als die van Blom? Tja, dat zal een kwestie van smaak zijn. Zelf vind ik er niet zoveel aan maar kan de vinger niet op het ongenoegen leggen. Te gelikt misschien, maar zoals gezegd wel met een spontane indruk. Het heeft denk ik meer met de intentie van de musici te maken: niet echt de uitdagende grens opzoeken maar bij voorkeur de bekende succesvormen hanteren. Illustrerend vind ik dat er geen duidelijk verschil is te horen tussen de stukken waarin Jones, Watts of Stewart speelt. Het model is zo overheersend dat de persoonlijke inbreng er ondergeschikt aan is.
© Jan Rensen, 23 oktober 1999