Blue Note Jubileum-series 
Het zestigjarig bestaan van Blue Note blijft gevierd worden met tal van cd-reissues die afhankelijk van smaak de moeite waard zijn. Er lopen - naast de speciale jubileumbox - momenteel drie series. De eerste brengt vooral traditionele jazz van pakweg George Lewis and his New Orleans Stompers, The Blue Note Swingtets (verschillende groepen uit de jaren veertig, waaronder die van Ike Quebec en Jimmy Hamilton), The Blue Note Jazzmen ((idem maar dan met James P. Johnson en Edmond Hall), nog een hele cd van Edmond Hall, en opnamen uit 1949 en '50 van Sidney Bechet. Prachtig werk voor de liefhebbers, en behalve de muziek valt ook de geluidskwaliteit enorm op. 
De Connoisseur cd-series en omvat inmiddels zo'n kleine vijftig albums. Het zijn de opnamen die Blue Note groot maakten: de vroege bebop van Hank Mobley, Lee Morgan, Art Blakey en al die andere grootheden. Lee Morgan's Infinity zit onder meer bij de laatste worp. Een kopie van de toenmalige elpee uit 1956 (45 minuten muziek maar, dus) waarop altist Jacky McLean, pianist Larry Willis, bassist Reggie Workman en drummer Billy Higgins te horen zijn. Een pracht-ensemble dat ook nu nog fris, vernieuwend en avontuurlijk klinkt. Onder meer in Portrait of Doll, met dat mooie dansante tempo dat sinds die tijd nooit meer zo mooi is gespeeld. 
Ook Hank Mobley's Third Session met opnieuw trompettist Lee Morgan en drummer Billy Higgins plus onder meer pianist Cedar Walton en bassist Walter Booker is een historisch pareltje. De majestueuze tenor van Mobley heeft de 32 jaar sinds dat de opnamen plaats hadden geen millimeter aan kracht ingeboet. 
Art Blakey is natuurlijk altijd goed; zeker in de jaren vijftig en zestig waren zijn Jazz Messengers dat. Uit 1959 stamt Africaine met alweer trompettist Lee Morgan (wat heeft die man in zijn ceel te korte leven toch veel schitterende muziek gemaakt) en ook saxofonist Wayne Shorter. Net als op de andere Blakey-cd in deze serie - Orgy inRhythm - is op dit album de sterke Afrikaanse invloed te horen waardoor de drummer zich enige jaren krachtig liet inspireren. 
Op Sonny's Crib van pianist Sonny Clark komen we een jonge Coltrane tegen met onder anderen trompettist Donald Byrd, bassist Paul Chambers en drummer Art Taylor. Geopend wordt met With a Song in My Heart, en ruim veertig jaar na de opname, nadat het nog eens door tientallen andere bands is gespeeld en opgenomen, denk je dat nummer nou zo langzamerhand wel te kennen. Vergeet het maar. Alleen het razende tempo al waarin Byrd ervandoor scheurt. Perfect overgenomen door Coltrane in een stijl die alles al verraadt van waar hij later naar toe zou evolueren. 
De derde serie heet Connoisseur 10''-series; dat zijn dus cd's die vroegere kleine langspeelplaten zijn verzameld, steeds twee platen op een cd.. Te mooi om in dit korte bestek te behandelen, dus ik kom er nog op terug, maar ook te mooi om nu niet te noemen. Voor een deel betreft het muziek van bijna vergeten namen als Sal Salvador en Gil Mellé, maar ook Tal Farlow, Howard McGhee, een piepjonge Frank Foster in arrangementen van Gil Evans, en het mooist van al: hoornist Julius Watkins, met bassist Oscar Pettiford en afwisselen tenorist Frank Foster en drummer Kenny Clark, of Hank Mobley en Art Blakey. Rare composities, op de hoorn geschreven en symfonisch gearrangeerd, maar allemaal even imponerend en vlekkeloos in jazz-idioom uitgevoerd. 
© Jan Rensen, 3 juni 1999