Don
Braden is een prachtige saxofonist en de drie verschillende formaties waarmee
hij speelt op zijn nieuwste album The Fire Within zijn prachtige
groepen. De muziek is stevig, swingt als de neten en zit vol passie. En
toch moet ik een uur lang de neiging onderdrukken om maar weer eens een
ander cd'tje op te zetten. Ik heb het allemaal al eens eerder gehoord.
Dat kan niet helemaal aan mij liggen.
Het
is allemaal even traditioneel. In zekere zin wel oorspronkelijk, want het
zijn tenslotte eigen interpretaties, eigen improvisaties en voor een deel
zelfs eigen composities. Maar zelfs die laatste klinken niet overtuigend
authentiek. Het ultieme oorspronkelijke idee ontbreekt kennelijk. Nergens
wordt een punt gemaakt, zelfs niet in de composities van Miles Davis, Freddie
Hubbard of Dexter Gordon, die nota bene door de componisten wel degelijk
als een punt zijn neergezet.
Dat
het niet aan Bradens medemusici kan liggen zal duidelijk zijn als ik een
paar namen noem: pianist Julian Joseph, bassist Christian McBride en drummer
Jeff Tain Watts, zijn drie van de acht musici waaruit steeds een andere
keuze is gemaakt. McBride en Watts spelen zelfs samen in twee triostukken,
en dan zou je toch zeggen: het móet van de grond komen. Maar het
gebeurt niet. En ik kan er maar geen vinger achter krijgen waar dat nou
aan ligt. Aan een vaag begrip misschien, zoals dat in de sport gebruikt
wordt? Vorm, inspiratie?
Want
dat het ook niet voor honderd procent aan Braden zelf kan liggen blijkt
uit de nieuwste cd van de Nederlandse bassist Joris Teepe: Firm Roots.
Ook daarop is Braden te horen en het is een groot genot. Maar het minst
in zijn eigen compositie The Vail Jumpers. Dat duidt er allicht op dat
het hem aan leiderscapaciteiten ontbreekt (want die moeten natuurlijk worden
aangesproken, als eigen werkjes worden vertolkt). Toch vindt Teepe juist
dat nummer en vervolgens een arrangement van Barden waardevol genoeg om
er zijn album mee te openen. Alle zeven nummers die daarna komen (composities
van Teepe zelf, pianist Renato Chicco en drummer Steven Altenberg) vind
ik zelf veel interessanter en avontuurlijker. Ook de saxofonist verkent
plotseling zijn grenzen en vindt oplossingen die niemand eerder ooit vond.
Anders gezegd: hij is origineel, spannend en voor geen gat te vangen.
Als
sideman bij Betty Carter, Freddie Hubbard, Wynton Marsalis en anderen heeft
Braden inmiddels naam opgebouwd. Dus is de vraag; denkt Teepe met die naam
een goede ingang te hebben op zijn cd en dus plaats hij hem op de voorgrond,
of heb ik zo'n andere opvatting en smaak dan Teepe.
Van
dat laatste heb ik nooit iets gemerkt, maar ik ga het hem vragen als hij
met zijn kwartet (in een andere bezetting) op het North Sea Jazz Festival
speelt. Vooralsnog ben ik van oordeel dat Braden maar geen cd's meer onder
eigen naam moet maken; doodzonde van zo'n geweldige muzikant.
©
Jan Rensen, 19 mei 1999