Bert
van den Brink/Rick Margitza - Conversation (Challenge)
Tot
de allergrootste jazzmusici die ons land rijk is, behoort zonder enige
twijfel pianist Bert van den Brink. Toch horen we niet uitzonderlijk veel
over hem. Eerder uitzonderlijk weinig, gelet op zijn talent. Het verschil
met zijn voormalig duo-maatje Cor Bakker is in publicitaire zin in ieder
geval gigantisch.
Zou
dat komen omdat Bert van den Brink blind is, omdat hij niet graag met zijn
visuele handicap koketteert, of gewoon omdat hij te bescheiden is? Ik denk
een combinatie, hoewel ik weet dat de pianist zelf laaiend zal zijn als
hem deze tekst met de verwijzing naar zijn gezichtsvermogen wordt voorgelezen.
En dat kan ik me wel weer voorstellen, want nu koketteer ik er als het
ware plaatsvervangend mee, en dat recht heb ik niet.
Toch
kan ik geen andere reden bedenken waarom zo'n briljant pianist, die minimaal
op gelijke hoogte staat met wereldwijd geprezen generatie-genoten als Bred
Mehldau of Jacky Terrasson, zo anoniem blijft.
Vorige
maand verscheen van hem de cd Conversation. Eigenlijk van The Bert van
den Brink trio with Rick Margitza. Die Margitza is een begenadigd Amerikaans
tenorsaxofonist van wie we juist erg veel horen. Een beetje teveel, denk
ik wel eens. Hij lijkt zijn hand soms wat te overspelen. Maar op dit album
is daar geen sprake van. Van den Brink weet kennelijk het beste uit hem
te halen. Samen met bassist Hein van de Geijn (over wie ik zo vaak de loftrompet
heb gestoken dat mijn waardering voor hem nu wel bekend mag zijn) en slagwerker
Hans van Oosterhout.
Het
begint al met de repertoirekeuzen. Een paar stukken van Michel Legrand,
eentje van Jacques Brel ('La Chansons Des Vieux Amants', in Nederland beter
bekend als 'Ik hou van jou' van naar ik meen Herman van Veen), twee stukken
van Burt Bacharach, nog eentje van Johnny Mandel… Dat zijn allemaal componisten
die terecht een grote reputatie hebben maar bij wier namen je niet direct
de spannendste jazz-cd voorstelt.
Hoe
anders pakt dat uit bij deze musici. Margitza ontpopt zich als een groots
lyricus. Wijds zet hij de melodie neer en even wijds parafraseert hij.
Hoe rustig de opbouw van de stukken ook is, in elke noot ligt spanning
en betrokkenheid. Alsof John Coltrane op een te laag toerental wordt afgedraaid,
zonder dat er iets aan intensiteit verloren gaat.
Van
den Brink vult met een delicaat gevoel voor contrapunt de gaatjes. Het
is meer dan alleen begeleiden. Hij ondersteunt, zet er meteen een tweede
stem tegenaan, doet suggesties, en bouwt die zelf uit als de saxofoon ze
ven niet oppakt. Zodat die comfortabel aan de melodie kan blijven hangen.
Een beetje trekkend, een beetje zeurend, een beetje veel emotie erin leggend.
Achter
deze tweespraak rest Van de Geijn en Van Oosterhout niets anders dan de
rol van dienaars te spelen. De toewijding waarmee ze zich daarin schikken
maakt deze cd bijna perfect. Als er al een minpuntje is, is het dat ik
dit viertal wel eens enorm te keer had willen horen gaan. Maar ach, op
de volgde plaat dan maar.
©
Jan Rensen, 8 april 1999