Steve Coleman: The Sonic Language of Myth - Believing, Learning, Knowing (RCA, distibutie: VIA)
De jongere generatie jazzmusici kent nog maar een paar individuen van wie ik elke nieuwe cd op voorhand interessant vind. Dat zijn vooral mensen die rond het losse collectief M-Base werkzaam zijn. Ik denk dan vooral aan bijvoorbeeld vocaliste Cassandra Wilson, gitarist Brandon Ross, en de saxofonisten Greg Osby en Steve Coleman. Deze laatste leidt nu alweer enige jaren zijn formatie Five Elements, dat aanvankelijk inderdaad een kwintet was, maar inmiddels een flexibel, groot ensemble dat per project wordt aangepast. Deze week viel de nieuwe cd The Sonic Language of Myth  in de bus. En nog voor ik het doosje had opengemaakt wist ik dat ik door al die in de loop der jaren toegestuurde cd's toch niet zo blasé geworden ben als ik soms wel eens denk.
Het is altijd moeilijk uit te leggen waarom de ene muzikale aanpak je persoonlijk meer aanspreekt dan een andere; omdat daar individuele affiniteit en gevoelens een rol mee gaan spelen. Coleman helpt me een beetje door in de linernotes te schrijven (ik vertaal het maar even in eigen woorden): ,,Ik word vaak gevraagd mijn werk in muziek-technische zin te omschrijven, en altijd aarzel ik dan. Omdat ik muziek meer zie als een symbolische taal die gebruikt wordt om de aard van het universum te beschrijven.''
Met dat laatste stuit hij bij mij ook op scepsis, maar de symbolische waarde van muziek, daarin herken ik me wel. Muziekmaken is een abstracte vertelkunst en als je daar goed in bent kan je iedereen bereiken die naar muziek luistert; en dan bedoel ik luisteren en niet tijdens de afwas een cd'tje aanzetten.
Ik heb deze lange inleiding nodig omdat ik ook aarzelingen had bij mijn pogingen de muziek te omschrijven. Want zodra je dat probeert te doen ga je onmiddellijk anders naar de muziek luisteren, en deze muziek verliest dan als het ware zijn waarde. Niet dat-ie er slechter van wordt. Integendeel, je hoort ineens de geweldig ingewikkelde ritmes, de bijna onmogelijk klinkende tegenstelling in solopartijen en begeleidingskoren, de haast bizarre accoordgangen op de piano, en al die andere briljante vondsten die Coleman als componist heeft bedacht. En je hoort de de technisch knappe, en muzikaal virtuoze bijdragen van Coleman zelf en gasten als de saxofonisten Ravi Coltrane en Craig Handy, pianist Jason Moran, vibrafonist Stefon Harris, trombonist Tim Albright en nog een veertiental. En natuurlijk vormt de kwaliteit van al die losse elementen de kwaliteit van het geheel, en dus doen die waarnemingen er wel degelijk toe, maar uiteindelijk gaat het uiteindelijk wat deze muziek betreft uitsluitend en alleen om dat geheel.
Coleman weet de luisteraar met een meeslepend basismotief, breed neergezet compleet met een strijkersgroep, in een soort trance te brengen. Daarbovenop worden dan melodische partijen gespeeld die door hun verrassende contradicties met de basis al elke keer weer extra genoeglijke momenten bezorgen, en daarbovenop zijn dan weer de solistische bijdragen gedoseerd neergezet. Inderdaad heel zuinig, maar de ervaring is er een van weldadige overdaad. Dat blijft zo als op een gegeven moment de achtergrond achterwege valt en bizarre vocale partijen tegen Colemans soepel uit de pols swingende altsax worden geplaatst. De massaliteit is weg, maar de tegenstelling, de verrassing en de virtuositeit - en dus de betovering - zijn onveranderd dominant. En het wordt nog soberder, nog spannender, nog intenser, tot plotseling de ontspanning er weer is. Zonder dat de aandacht wegebt.
Een cd als suite: 'Believing, Learning, Knowing'. Het blijkt ook nog zo'n toepasselijke ondertitel.
© Jan Rensen, 25 maart 1999