Duke
Ellington at Newport (Columbia)
Nu en dan, heel voorzichtig,
wordt wel eens afgevraagd of Duke Ellington wel de meester was waarvoor
hij versleten wordt. Ik vind dat een terechte vraag. En de releases van
een aantal collector items sterken me in die gedachte.
Laat ik twee dingen voorop
stellen. Ellington was een groot orkestleider die talenten kon koesteren,
in hun waarde laten en dus in zijn daardoor ijzersterke band kon houden.
En hij was de uitvinder van een vorm van arrangeren die niet per sectie
gedacht werd, maar per laag dwars door secties van een big band heen ging.
Waar in de meeste bigband-arrangementen de trompetsectie, de trombonesectie
en de rietsectie als eenheden gelden die elkaar aanvullen, pakte Ellington
een sax, een trompet en een trombone, naast een andere sax, trompet en
trombone (bijvoorbeeld) en zette die lijnen tegen elkaar af. Dat is echt
een geweldige vondst die nog steeds niet door wie dan ook geïmiteerd
is. Omdat niemand in staat is zo extreem in kleur en harmonie tegelijk
te denken. Op één man na: Billy Strayhorn. Daarom werd hij
de hof-arrangeur van het Ellington-orkest. De mooiste stukken van welk
Ellington-orkest dan ook komen van Strayhorn, en als ze dat op papier niet
komen mag je er nog vragen bij stellen. Want Ellington staat ook bekend
om zijn schaamteloze jatwerk.
De inmiddels daarom bekende
restaurateur Phil Schaap heeft recent opnamen van Ellington onder handen
genomen. Daaronder het fameuze concert op het New Port Jazz Festival in
1958. Dat optreden betekende een comeback van het orkest, en dat was vooral
te danken aan een vele minuten durende solo van tenorsaxofonist Paul Gonsalvez.
De reden waarom hij chorus op chorus bleef stapelen is nog altijd onderwerp
van mooie speculatieve verhalen. De meest waarschijnlijke is dat hij een
mooie jonge dame zag dansen op zijn muziek en dat hij daar maar geen genoeg
van kon krijgen.
Hoe dan ook, die zes minuten
betekende dat een big band weer hip en hot werd gevonden. En dus zou platenmaatschappij
Columbia wel gek zijn geweest er geen plaat van uit te brengen. Alleen
deed het probleem zich voor dat het orkest eigenlijk heel beroerd gespeeld
had. Dus werd er een studio-sessie gepland waarin alle stukken van het
live-optreden nog eens werden overgedaan. Een knappe mix leidde tot een
elpee die nog steeds als een van de hoogtepunten uit de discografie van
Duke Ellington geldt.
Nu is er een dubbel-cd verschenen
(Ellington at Newport - Columbia Legacy C2K 64932), bij elkaar geraapt
door Phil Schaap, waarop de oorspronkelijke concertopnamen én de
latere studio-opname afzonderlijk te beluisteren zijn. Hartstikke leuk
natuurlijk voor iedereen die precies wil weten hoe het exact in elkaar
stak, maar voor een gemiddelde muziekliefhebber stomvervelend. Want pakweg
Johnny Hodges miste tijdens het optreden nogal eens zijn intonatie. En
waarom we alle toespraakjes tijdens het festival moeten beluisteren is
me ook een raadsel. Na twee keer begint dat zelfs zeer te irriteren. Volledigheid
is soms leuk, maar soms is het in de muziek net als in het echte leven.
Het is beter als je niet alles weet.
©
Jan Rensen, 8 juli 1999