Wat kan muziek toch wonderschoon zijn.
Van de cd Zvinoshamisa (VIA 9920952) van de kersverse BoyEdgar-prijswinnaar en altsaxofonist Paul van Kemenade noemde ik enkele weken geleden al het titelnummer als het hoogtepunt van dat album. Ik heb alleen dat ene nummer sindsdien al tientallen keren gedraaid, ben er bijna Afrikaans (Shoto, in dit geval) van gaan leren. Zanger gitarist Louis Mhlanga zingt het en hij wordt begeleid door bassist Eric van der Westen en de altist. Diens toon steekt schril af tegen de bedeesde stem van de zanger. De lieflijkheid van het liedje wordt gemarkeerd door de snoeiharde, door merg en been snijdende tonen van de sax, maar omdat beide met een haast overdreven sentiment en een diep gewortelde eerbied voor het fenomeen muziek worden geproduceerd passen ze bij elkaar. Ik raak er haast van in trance, zo mooi, zo enorm diep rakend.
Wat een aangename verrassing om het lied terug te horen op de zojuist verschenen duo-cd Song for Nomsa (EWM / OMC 75018), van Mhlanga en Van der Westen. Ook zonder de tegendraadsheid van de sax is het lied een wonder (wat de vertaling is van Zvinoshamisa). De manier waarop het gespeeld wordt ook. Ik val opnieuw in herhaling: Van der Westen is de musicus die in ons land het meest ten onrechte over het hoofd wordt gezien. En hij wordt niet eens écht over het hoofd gezien, maar het effect daarvan is te gering. Hij is zonder enige terughoudendheid absoluut de beste jazzbassist in Nederland. (Nou ja, Tony Overwater is ook wel heel erg goed.)
Alleen die sound al. Zo krachtig, elke noot zo melodieus zingend, elke combinatie zo treffend, elke frase zo meeslepend, elke solo zo tot tranen toe emotionerend. Die man speelt geen muziek, hij vertelt een prachtig ontroerend verhaal, elke keer weer, en in een taal die iedereen kan begrijpen ook al komen er geen woorden aan te pas.
De cd is overigens nauwelijks een jazz-album te noemen, voor wie dat interessant mocht vinden. Er staan twaalf luisterliedjes op, allemaal even vertederend, de een wat meer swingend dan de ander, maar allemaal even mooi uitgevoerd.
Van Eric van der Westen's jazzformatie Quadrant verscheen tegelijkertijd ook de cd 'Naala, ... and more songs from the book' (EWM / OMC 75021), een vervolg op Diepkloof ((HLMR 0007). En om maar niet teveel superlatieven te gebruiken, meld ik dat dit album even goed is als het voorgaande, dat ik al de hemel inprees. Met andere gastsolisten en andere stukken, maar met dezelfde overtuiging, dezelfde bevlogenheid en dezelfde muzikaliteit. En vooral met het enorme talent van alle musici om vanuit vaste patronen (of die gebruikend als achtergrond) de meest avontuurlijke improvisaties te spelen. Met de bas als onwrikbaar anker.
(EWM is een particulier label: postbus 9156, 5000 HD Tilburg.)
Volgende week begint een tournee van een bijzonder project van Van der Westen: Me myself and I, de muziek van Charles Mingus (het dichtsbij, vrijdag 26 november in het Amsterdamse BIM-huis). Een aanrader. En volgend jaar moet Erik van der Westen de Boy Edgar-prijs krijgen.
© Jan Rensen, 13 november 1999