Fezile
'Feya' Faku - Hommage (A-Records)
Fezile 'Feya' Faku is een
Zuid-Afrikaanse trompettist die gedurende de jaren van Apartheid in het
land is blijven wonen. En dus onbekend bleef vanwege de culturele boycot.
Achteraf is de algehele opinie dat de culturele en economische boycot van
Zuid-Afrika een effectief middel is geweest, maar achteraf blijkt ook dat
degenen die de boycot trof nu alsnog worden gestraft. Coca Cola bijvoorbeeld
dat de economische boycot ontdook is er nog steeds marktleider en concurrent
Pepsi krijgt geen poot aan de grond. Zoals er ook nog steeds bijna uitsluitend
Duitse en Japanse auto's rondrijden.
Op cultureel vlak werden
de verbannen of gevluchte zwarte artiesten die elders succesvol waren na
terugkeer als helden ontvangen en moesten degenen die tijdens de repressie
waren achtergebleven opnieuw genoegen nemen met een plekje op het tweede
plan. Dat gold ook voor Feya Faku, maar hij is gewoonweg te goed om nog
lang genegeerd te worden.
Dat vond ook de Zuid-Afrikaanse
pianist Abdullah Ibrahim (voorheen Dollar Brand, succesvol in Europa, Japan
en de Verenigde Staten) die Faku liet meespelen op zijn nieuwste cd Made
in South-Africa. Maar Ibrahim is een dominant musicus (daarom ook zo goed,
want een heel eigen stijl) en voor sidemen valt weinig eer te behalen.
Hulde daarom voor de Tilburgse
bassist Eric van der Westen die het voor elkaar kreeg om voor A-Records
een cd op Faku's naam te produceren, waarop de trompettist zijn eigen composities
speelt met het kwartet van de bassist.
Hommage (AL 73165) is een
prachtig album geworden, waarop Faku op trompet en flugelhorn eer betoont
aan de musici die zijn grote inspiratiebronnen vormden. Onder hen opnieuw
Abdullah Ibrahim, en ook pianist Bheki Mseleku, Duke Maksi en George Tyefumani;
namen die ons niets tot weinig zeggen en daarom reden zouden moeten zijn
om meer aandacht aan de historie van de Zuid-Afrikaanse jazz te wijden.
Faku is een zeer lyrische
speler, op trompet beschikt hij over een bijna net zo warme en ronde toon
als op bugel, en zijn composities zijn allemaal gebaseerd op een haast
romantische melodie. Dat betekent inderdaad veel ballads, maar ook de snellere
stukken worden gekenmerkt door rust, poëzie en vertelkunst.
Dat sluit goed aan bij het
karakter van de Nederlandse groep. Pianist Jeroen van Vliet is een impressionist
pur sang, Pascal Vermeer is een slagwerker die altijd in melodieën
slaat, en bassist Eric van der Westen…, tja. Dat is nou een van Nederlands
meest onterecht onderbelichte musici. Onder de bassisten is hij al een
fenomeen: zo melodisch, zo krachtig solerend, en zo zuiver en zingend spelend
met een grandeur die tegelijkertijd bescheidenheid ten opzichte van de
muziek verraad. En onder de muzikanten onderscheidt hij zich doordat elke
noot die hij speelt in dienst is van. In dienst van de solist of - zelf
solerend - in dienst van de muziek. En juist die toegenegenheid maakt zijn
spel zo majestueus; zo los van alle pretenties die eigenlijk terecht zouden
zijn.
En dan is er nog saxofonist
Mete Erker. Ik heb geen flauw idee waar die man (of misschien is het wel
een vrouw) vandaan komt; nooit eerder van gehoord. Maar wat een kanjer.
Erg Coltrenaal, dat wel, maar op een persoonlijke wijze ingevuld. Die forse
toon, die expressionistische dadendrang, die ongeremde fantasie, ingebed
in de bescheidenheid die deze formatie groot maakt.
Een geweldige cd dus voor
liefhebbers die niet alleen op namen afgaan (en trouwens ook voor hen die
dat wel doen; die moeten nu maar eens van die gewoonte afwijken en zich
aangenaam laten verrassen).
©
Jan Rensen, 1 april 1999