DICK DE GRAAF - The Burning of the Midnight Lamp (VIA Records)
Het Dick de Graaf septet, dat momenteel zijn tienjarig jubileum viert, is in veel opzichten een uniek clubje. Om te beginnen vanwege de instrumentatie sax, trombone, viool, gitaar, bas, steeldrums en drums. De klankkleur daarvan is al heel bijzonder, maar belangrijker is dat de groep over een brede sectie beschikt van melodie-/harmonie-instrumenten, die in jazztermen de brug slaan tussen ritme- en melodiesectie. Daardoor zijn er in dat al zo typische kleurenpatroon allerlei verschillende combinaties mogelijk. De Graaf is een componist/arrangeur die dat helemaal uitbuit.
Daarin ligt de tweede reden besloten, waarom het septet uniek genoemd mag worden. Het speelt (bijna) uitsluitend werk van de leider zelf. Veelal zijn dat ingewikkelde stukken - vol invloeden van muziekstijlen van over de hele wereld, maar toch altijd jazzmuziek - met veel thema- en tempowisselingen die het uiterste vergen van de musici. En dan hebben we het nog niet gehad over de improvisaties.
Volgens die zeer herkenbare aanpak heeft De Graaf voor zijn nieuwste cd The Burning of the Midnight Lamp iets heel bijzonders gedaan: hij heeft muziek van Jimi Hendrix bewerkt en die helemaal toegesneden op de specifieke kenmerken en kwaliteiten van het septet. Niet als sociaal of historisch document, schrijft De Graaf in de hoestekst, maar als een persoonlijke herinnering aan de sfeer die de muziek van Hendrix bij me in mijn jeugd opriep.
Het is precies dat waarin De Graaf uitzonderlijk goed geslaagd is. Als ik een willekeurig nummer in een blinddoektest gehoord zou hebben, zou ik het septet eerder hebben herkend dan de muziek van Hendrix. Maar de sfeer van diens muziek is onmiskenbaar. Een sfeer van vrijgevochten verbetenheid, van pakkende muzikale virtuositeit die ondergeschikt wordt gemaakt aan het vertellen van een verhaal, van aanstekelijk plezier en toch de diepgang van een kunstwerk.
Tekenend voor de cd is misschien wel dat gitarist Wim Bronnenberg op geen enkel moment de sound van Jimi Hendrix probeert te kopiëren, zelfs niet in een nummer als Purple Haze, dat er als het ware om schreeuwt. Dat zou ook niet passen in de wijze waarop de groep de muziek speelt. Als 'echte jazzstukken'. Echte Dick de Graaf-stukken eigenlijk; zeker zo'n ingewikkeld arrangement als dat van Purple Haze. Ik ken eigenlijk maar een cd die wat dat betreft hiermee vergelijkbaar is: Startracks van Yuri Honing. Honing is wat jonger en speelt dus popliedjes van later datum, maar het effect is hetzelfde. Zowel De Graaf als Honing ontstijgen het begrip fusion.
Hoezeer dat op De Graaf van toepassing is blijkt uit feit dat zijn eigen compositie Dicke Luft op geen enkele wijze uit de toon valt naast de zes werken van Jimi Hendrix: Manic Depression, Little Wing, Voodoo Chile, Angel, The Burning of The Midnight Lamp en Purple Haze. Wie de muziek van Hendrix niet mocht kennen: een mooie selecte voor een afgewogen album, Met een paar rockstukken (Voodoo Chile en Purple Haze, waarin de oplossing voor de gitaar wordt gevonden door er unisonolijnen van Konkie Halmeyers steeldrum tegenaan te zetten) en twee zuivere ballads: Angel met een aangrijpende tenorsolo van Dick de Graaf, en de titelsong van de cd waarin violist Michaell Gustorff en trombonist Hans Sparla een hoofdrol opeisen. Bassist Eric Calmes is voortdurend de betrouwbare buschauffeur, die het hele zaakje op de rechte weg houdt.
De groep toert momenteel door Nederland en is komende zaterdag te zien in het Utrechtse SJU-Huis.
© Jan Rensen, 22 oktober 1998