WIRO MAHIEU, LOW MOTION TRIO - Song (VIA Records)
URI CAINE - Blue Wail (Winter & Winter)
Bassist Wiro Mahieu was in augustus 1996 de laatste winnaar van de Wessel-Ilckenprijs, de onderscheiding voor jong talent die op het toenmalige Loosdrecht Jazzfestival werd uitgereikt. Dat de juryleden van toen het goed hebben gehoord bewijst de recente cd Song (VIA Jazz 9920582) van het Low Motion trio dat onder Mahieu's leiding staat. Voorts bestaat het drietal uit pianist Jeroen van Vliet en slagwerker Pieter Bast.
Het bijzondere van dit ensemble is dat het géén pianotrio is, hoewel het daar alle uiterlijke kenmerken van heeft. Het is de bas die als het ware vóór piano en slagwerk staat, als een blazer die door een duo wordt begeleidt. Waarbij piano en duo natuurlijk wel eens soloruimte krijgen, maar de voortgang wordt gedragen door de bas. Dat lijkt misschien een miniem verschil maar het geluid van de groep is drastisch anders dan van een pianotrio.
Mahieu beschikt over een machtige sound; niet eens zo krachtig maar breed zingend, ook in de doorgaans wat strakker klinkende hogere registers. Soepel en virtuoos zet hij de melodieën en bouwt daaromheen in alle rust zijn eigen varianten. De kalmte zit niet alleen in de aard van de muziek - veel ballads en medium-tempostukken; composities van Van Vliet of Mahieu zelf, en van onder anderen pianist Rob van den Broeck - maar vooral in het geduld waarmee de bassist zijn lijnen fraseert en zijn improvisatie opbouwt.
Hij heeft daarbij de perfecte begeleider in Jeroen van Vliet; een fantastische solopianist die zelf echter zijn grootste plezier vindt in het ondersteunen van anderen. Precies die gaatjes zoeken die open blijven, de akkoorden neerleggen die exact op tijd weer nieuwe stimulans bieden en nieuwe ideeën aanreiken. Zijn impressionistische harmonisaties en de vaak verrassende akkoordsamenstellingen geven sowieso al een aparte sfeer, die een perfecte basis is voor de zoemende melodielijnen van de bas. Bast stelt zich daarbij vooral bescheiden maar uiterst effectief op.
Een écht pianotrio is dat van Uri Caine. Voor ik zijn cd Blue Wail (Winter & Winter 910 034-2) in handen kreeg had ik nog nooit van hem gehoord. Evenmin als van bassist James Genus. De naam van drummer Ralph Peterson jr. deed tenminste een belletje rinkelen. Maar onmiddellijk tijdens het eerste nummer vroeg ik me af waar die lui zolang verstopt hebben gezeten. Wat een geweldenaren.
Dat eerste nummer is het overbekende Honeysuckle Rose, maar het overbekende is er na drie maten wel af. Ritmisch en thematisch wordt het thema volledig uitgekleed en op zijn kop gezet; er komen nieuwe melodische clusters voor in de plaats en die worden dan keurig op hun plaats in het schema gedropt. En wie dan goed luistert hoort als het ware de suggestie van Fats Waller's oorspronkelijke melodie in de verte meeklinken.
Het is een soort introductie op de werkwijze, want alle volgende nummers worden op soortgelijke manier behandeld. Alleen zijn dat alle tien composities van Caine zelf, en dus niet bekend genoeg om echo's ervan te herkennen.
De pianist domineert de hele plaat lang; elke luisteraar voortdurend op het verkeerde been zettend, behalve zijn beide begeleiders. Hij sjort en sleept met tempi alsof het niks is, stopt verwachte lange spanningsbogen ineens propvol met virtuoos dartelende nootjes, of blijft pesterig lang hangen op een ostinaatje. En het gekke is, het klinkt nooit vreemd, het wringt geen seconde en het is zo toegankelijk als wat.
© Jan Rensen, 5 november 1998