Kort nadat VIA Records de
debuut-cd Tuindance van vocaliste Francien van Tuinen uitbracht, volgt
nu een tweede album waarop ze prominent aanwezig is: Faria,
een project van gitarist Rob Elfrink waarin nog vier andere zangeressen
participeren.
Francien van Tuinen was
in 1997 de winnares van het Nationaal Vocalisten Jazz Concours. Het was
meteen bij iedereen duidelijk dat hier niet zomaar de beste kandidaat gewonnen
had, maar een uitzonderlijk talent dat met kop en schouders boven de andere
deelnemers uitstak.
De Groningse kreeg van alle
kanten mogelijkheden aangeboden haar carrière snel vorm te geven.
Door het Nederlands Impresariaat werd een uitgebreide theatertournee georganiseerd
en VIA bood haar een studio met vier van de beste musici uit de nieuwe
jazzgeneratie: trompettist Eric Vloeimans, tenorsaxofonist Yuri Honing,
pianist Michiel Borstlap, pianist Anton Drukker en drummer Sebastiaan Kaptein.
Dan lijkt het makkelijk
om een goed album te maken - en heel eerlijk gezegd: zonder Francien van
Tuinen was het ook een dijk van een plaat geweest - maar de zangeres voegt
wel degelijk een waardevolle factor toe. Een verrassend volwassen stem,
een stijl vol vaart en ritme, een eigen opvatting, en daarnaast eigen teksten.
Dat laatste bijvoorbeeld op werken van Freddie Hubbard, Clifford Brown
en Kenny Wheeler. Wie wil kan tussen die drie trompettisten een verwante
lijn trekken, maar het zijn toch alle drie verschillende persoonlijkheden.
Hun muziek wordt in de handen van Van Tuinen echter als komend vanuit één
bron. Dat geldt zelfs voor een overbekend stuk als Night & Day van
Cole Porter, dat ze moeiteloos haar eigen idioom binnentrekt.
Toen ze dat Concours won
werd ze begeleid door stadgenoot Rob Elfrink. Met hem maakte ze ook de
theatertournee. En nu is ze een van de vijf zangeressen op Elfrinks cd.
Met de andere vier werkte de gitarist eerder al geregeld. Het zijn Astrid
Akse, die vijf van twaalf stukken zingt, Izaline Calister, Anne-lie Persson
en Carla Schaap (elk een song), waarna er dus vier voor Francien van Tuinen
overblijven. Ik wil niet naar doen voor de anderen, maar de stukken met
Van Tuinen zijn verreweg het leukst. Vooral vanwege die oorspronkelijkheid
van haar.
Met Astrid Akse ontwikkelde
Elfrink een soort Tuck & Patti-stijl. Daar is niks mis mee, maar ja
het is wel van Tuck & Patty. In haar stijl en stem heeft Akse trouwens
wel iets van Mathilde Santing en het door haar vertolkte Her heart sings
another song is zonder meer een juweeltje. Mooie luisterliedjes zingt ze.
Maar als Van Tuinen haar mond opentrekt gebeurt er ineens iets meer. Er
komt spanning in de muziek, een authentiek geluid. Niet te vergelijken
met dat van haar eigen cd, want Faria is op de eerste plaats een project
van Elfrink die ook voor alle composities tekende, maar wel onderscheidend.
Ook al zijn al die werken van Rob Elfrink ingetogen, mooie melodietjes
en blijft hij spelen met die typische pizzicatostijl waartoe Tuck hem inspireerde.
Een mooi album, ook voor niet jazzliefhebbers.
Francien van Tuinen treedt
zaterdag 10 juli op tijdens het North Sea Jazz Festival, met onder meer
Eric Vloeimans.
©
Jan Rensen, 17 juni 1999