JK
- What's the Word (Verve)
MICHAEL 'PATCHES' STEWART
- Penetration (HIP BOP)
MACEO PARKER - Funkoverload
(ESC Records)
De discussie over fusion
blijft maar gaande. Dat heeft deels te maken met het feit dat er steeds
meer te fuseren valt en er dus steeds weer wat te bespreken is. Maar voor
een nog groter deel gaat de discussie alsmaar over de instelling van fusion-muzikanten
en het daarmee samenhangende resultaat.
Soms worden stijlen gemixed
om een spannend avontuur op gang te brengen, uit culturele nieuwsgierigheid
of muzikale interesse. Dat kan leiden tot fascinerende confrontaties, die
welluidend tot een nieuw geheel worden gesmeed. Vaak wordt er evenwel gemixed
om een knieval te doen aan de gemiddelde smaak van het grote publiek. En
aangezien kunst nooit gemiddeld kan zijn, is deze vorm van fusion dus zelden
of nooit hoogstaand van kwaliteit.
De scheiding tussen Europese
en Amerikaanse muziek wordt wat dat aangaat steeds groter. Het verschil
bijvoorbeeld tussen enerzijds de Fransman Louis Sclavis. de Oostenrijker
Jozef Zawinul of de Nederlandse groep Sfeq, vergeleken met de producten
die recent van over de plas kwamen is tenenkrommend groot.
Twee daarvan werden met
enig aplomb gepresenteerd. Het album What's the Word (Verve) van gitarist
JK, en Penetration (HIP BOP) van trompettist Michael 'Patches' Stewart.
Van deze laatste druipt het gebrek aan originaliteit van alle kanten af.
De trompettist zelf speelt als een gedegenereerde kloon van Miles Davis;
wel diens sound maar geen fractie van diens creativiteit.
Alle oorspronkelijke melodietjes
(veelal geschreven door de in die kring toch gereputeerde toetsenist Jim
Beard) zijn even slap als vreugdeloos, hier en daar opgeleukt met een lick
van Miles zelf. De arrangementjes hebben de kwaliteit van de midi-files
die je soms ongevraagd krijgt meegestuurd met webpagina's op het internet.
Bekende liedjes als Fields
of Gold (van Sting) of My Funny Valentine (de jazz-klassieker) krijgen
een al even fantasieloos jasje aangemeten. Allemachtig wat een treurigheid.
De titelsong heeft als ondertitel El Niño. Ik kan wel zeggen dat
als het natuurverschijnsel even zouteloos was geweest, veel mensen op aarde
een hoop ellende bespaard was gebleven.
Wat me nou zo bezig houdt
is de vraag: hebben die musici (onder wie bekende gastsolisten als de saxofonisten
Kenny Garrett en Bill Evans, vocalist Al Jarreau en bassist Marcus Miller)
daar nou zelf plezier in? Hoe staan die in de studio? Zijn ze trots als
het plaatje er eenmaal is. Ik kan me dat geen seconde voorstellen. Dat
is nog wel de meest trieste constatering.
Op zijn cd What's the Word
probeert JK (Joel Kipnis) tenminste nog een beetje Stevie Wonder-achtige
soul in de muziek te stoppen. Niet dat het veel soulaas biedt maar het
komt zo nu en dan tenminste nog een beetje eerlijk over; alsof de musici
het gezellig vinden wat ze staan te doen. Jammer alleen van hun armoedige
smaak.
Geef me dan maar saxofonist
Maceo Parker. Maar dat heeft toch nog minder met jazz te maken, zal de
kenner zeggen. En dat klopt ook wel, maar er is met zijn muziek tenminste
nog wat te beleven. 'Everybody, move your body', is zijn weinig oorspronkelijke
motto, maar hij maakt het wel waar. Zijn meest recente cd Funkoverload
(ESC Records) is gewoon lekker om te draaien; zonder irritatie of pure
verveling tot het einde af te luisteren. Dat valt van beide ander cd's
zeker niet te zeggen.
©
Jan Rensen, 17 september 1998