b    l    a    d       v    o    o    r       o    m    r    o    e    p    m    e    d    e    w    e    r    k    e    r     s
 
 
 

NCRV bouwt aan nieuwe community's 
uit: Spreek'Buis 743, 18 juni 1999 

Zijn kamer ziet er teleurstellend uit: slechts een laptopje op een leeg bureau. 'De redactie groeide te hard dus hebben ze mij daar uitgeschopt,' legt Pieter van der Ploeg uit, eindredacteur nieuwe media en als zodanig verantwoordelijk voor de indrukwekkende internetsite van de NCRV. De redactie zit wat verderop, een grote ruimte waar webmaster Bustes Dolleman de scepter zwaait.

Redactie is een wat verwarrend woord in de traditionele zin van het woord. Hier wordt vooral gewerkt aan vormgeving, technische ontwerp en beheer. Er wordt momenteel druk gesleuteld aan een nieuwe basisvormgeving voor de hele NCRV-site.
Achter in de hoek staat een opstelling die uit een radiostudio lijkt weggehaald. 'Een plek zegt Van der Ploeg, 'waar eigenlijk alles meteen kan. Audiofiles laten horen, er staat een webcammetje, een scanner, je kunt chatboxen en forums beheren, telefoons in de 'uitzending' halen, alles wat je maar kunt bedenken. Als programmamakers iets willen, dan komen ze maar.'
En dat is meteen het sleutelwoord. Bij de NCRV maken uiteindelijk de programmakers de vele pagina's, zij zorgen voor de content. Zij zijn met hun allen de eigenlijke redactie.

'Ik denk dat dat ook de goede weg is,' zegt Pieter van der Ploeg. 'Niet nog eens de fout maken die al werd gemaakt toen de televisie kwam, een nieuw distributiekanaal waarvoor een nieuwe afdeling werd opgericht. Er was ook een gidsredactie, ook een ander distributie-kanaal. Toen kwam er teletekst, ook weer een afdeling. Dus de organisatie wordt verdeeld langs de lijnen van de distributiekanalen. Terwijl wij eigenlijk een content-organisatie zijn, we maken inhoudelijk programma's. Dus zou een omroep beter vanuit die invalshoek georganiseerd kunnen zijn. Je bedenkt wat je wilt aanbieden en per project ga je dan kiezen welk distributiekanaal het beste is.'
Hij noemt Willem Wever als voorbeeld. 'Dat was een radioprogramma, het werd een tv-programma, maar het werd ook: evenementen in het land, het werd petjes en T-shirts, en nu ook een website. Als je zo denkt ga je veel efficiënter met je aanbod om. Toen ik solliciteerde heb ik ook gezegd dat ik solliciteerde naar een functie waarvan ik vind dat die er eigenlijk over een paar jaar niet meer zou moeten zijn. We hebben voor de introductie van internet gekozen voor een meertrapsraket. In eerste instantie hebben programma-gerelateerde internetactiviteiten de hoogste prioriteit, om de huidige radio- en televisieprogrammamakers er heel bewust bij te betrekken. Want als je wilt dat de mensen die het aanbod moeten aanleveren, het nieuwe medium leren kennen, is het voor de hand liggend om te zeggen: we hebben Willem Wever, dat is een televisieprogramma, hoe gaan we dat vertalen naar een werkend concept op het web? Ik denk dat dat goed gelukt is. Als er geen tv-uitzendingen van Willem Wever zijn blijft het verkeer op de site even omvangrijk.'

Momenteel is het daarom zo dat de eindredacteur van een radio- of televisieprogramma ook de eindverantwoordelijkheid heeft over de inhoud van de bijbehorende website. Technisch kan dat 

^
dankzij WAXtrApp, een database-managementsysteem dat het voor alle NCRV-medewerkers zeer simpel maakt om pagina's te bouwen en op te tuigen met allerlei leuke dingetjes. Van geluid tot aan chatboxen. Wijzigingen van bijvoorbeeld uitzendtijden, nieuwe pagina's, links, alles wordt automatisch bijgehouden. 'Met de omvang van de NCRV-site is hert onmogelijk geworden om dat op de ouderwetse HTML-manier bij te houden. Uitgesloten.'
Maar de huidige inbreng van makers van traditionele radio en tv, houdt niet in dat er in de toekomst geen mensen komen die exclusieve internetprojecten maken. 'Het is een eigenstandig medium,' meent ook Van der Ploeg, 'dus waarom zou je niet zelfstandige webpublicaties beginnen? Daar gaan we mee beginnen en daar hebben we wel contentmensen voor nodig. In die tweede fase zitten we nu. We zijn bezig met het zoeken naar een nieuwe rol.'
Die zal in de nabije toekomst vooral worden gezocht in het aanbieden van platforms op allerlei terrein, het bouwen van community's. Willem Wever is al genoemd als een voorbeeld waarbij dat goed is geslaagd. Programma's als Dokument maken drukke discussies op de webpagina los. En niet te vergeten Het Rechte Pad, een spel dat is afgeleid van de televisieserie Zebra. Terwijl het programma al lang niet meer bestaat is de website nog razend populair.
Zelfs NCRV's nieuwsquiz begint tot een community uit te groeien. Vorig jaar speelde de voorronde zich voor het eerst mede op het net af en tot verrassing van velen waren er meer internetdeelnemers dan mensen die via de gids meespeelden. De snelheid en gemak wonnen het van gedrukt papier, postzegel en loop naar de brievenbus. 'Daarom hebben we dit jaar een maandelijkse aflevering,' zegt Van der Ploeg, 'en het loopt prachtig.'
Er komen binnenkort nieuwe community's zoals De Tafel, een discussieplatform over allerlei onderwerpen waarover bij wijze van spreken ook aan de huistafel, de stamtafel of de leestafel gesproken kan worden. In ontwikkeling is voorts NICA, de NCRV Internet Cultuur Award. Een prijs die nu eens niet naar de technisch mooiste website zal gaan maar naar de internetplek die uit maatschappijcultureel oogpunt het meest relevant wordt geacht. En in augustus wordt een nieuw spel op de markt gezet, waarover in een latere Spreek'Buis meer.
'Op die manier zijn we op zoek naar een eigen invulling van dit medium, vanuit de visie en de uitgangspunten die de NCRV als uitgangspunt neemt.'
Een medium dat volgens Van der Ploeg een plaats baast radio en televisie zal vinden. 'Toen de radio kwam verdween de krant niet maar zijn rol werd anders. Toen televisie kwam verdween de radio niet maar zijn rol werd anders. Zo gaat dat ook met internet. De rol van televisie zal er door veranderen en internet wordt heel belangrijk in onze samenleving. Als publieke organisatie moet je vinden dat je op dat medium aanwezig moet zijn.
Dat internet nu nog niet in alle huiskamers aanwezig is, is eigenlijk maar gelukkig ook. Want als voormalige omroep - nu: multimediabedrijf - moeten wij ook nog leren omgaan met dat nieuwe medium. Ik denk dat het langer gaat duren voor we de organisatie vertrouwd hebben gemaakt op het medium, dan dat internet in 75% van de huiskamers staat.'

© Jan Rensen


 terug naar Spreek'Buis internetrubriek | | terug naar begin pagina

Sesamstraat-site speciaal voor kinderen 
uit: Spreek'Buis 741, 21 mei 1999 

'Waar is Pino? En Tommie?' Dat waren de eerste reacties van kinderen die de nieuwe Sesamstraat-site testten. 'Daar moeten we dus nog een oplossing voor vinden,' zegt Jolien van den Heuvel van de NPS-internetredactie. 'De poppen moeten in het decor, maar zonder shockwave, of andere technieken die ingewikkeld zijn en wachttijd veroorzaken. Voor kinderen moet het snel en simpel blijven.' 

Sedert vorige week woensdag is de geheel vernieuwde Sesamstraat-site online. Of 'in de lucht', zoals in omroeptermen wordt gezegd. Tientallen filmpjes, liedjes, tweespraakjes tussen Bert en Ernie, geïllustreerde verhaaltjes van Dikkie Dik en tal van andere grappige onderdelen, geven de site aanzien. Dit deel van de pagina is vergeleken met de vorige versie behoorlijk uitgebreid. 
De belangrijkste vernieuwing is het virtuele decor. Een panoramafoto is verwerkt in een QuickTime filmpje of Java-applet, zodat met kleine bewegingen van de muis de internetbezoeker door Sesamstraat kan lopen. Door te klikken op rode punten die verschijnen (in Java) of op gebieden waarop het muissymbool verandert en in het tekstbalkje onder aan een bestemming komt te staan (QuickTime) kan de winkel van Sien worden binnengetreden, de keuken of de huiskamer van binnen bekeken, of het voorleeshoekje bezocht. 
Dat lijkt heel ingewikkeld maar in de praktijk blijkt dat mee te vallen. Een op het oog veel toegankelijker navigatiesysteem werd door de kinderen juist niet begrepen. Jolien van den Heuvel: 'We hadden achter allerlei voorwerpen links verstopt. Door op een programmagids te klikken kon je zien wat de inhoud van de uitzending van vanavond is. En door op de televisie te klikken werd een filmpje zichtbaar, maar dat bleken de kinderen niet te kunnen onthouden.' 

^
Om nu alle onderdelen van de hele site makkelijk toegankelijk te maken is gekozen voor een navigatiebalk met nummers. Omdat de doelgroep immers uit kinderen bestaat die nog niet of maar een beetje kunnen lezen, helpen teksten ook niet echt. Voor meesurfende ouders is er een apart schermpje waarop te lezen valt wat er te verwachten is als een cijfertje wordt aangeklikt. 
'Dat begrepen de kinderen wel,' zegt André van Os, eveneens van de NPS-internetredactie. Tijdens de testmiddag zaten ze constant naar elkaar te roepen: "Bij welk nummer ben jij nou?", en: "Bij 4 is het leuk, joh!" 
Die testmiddag was zo'n succes dat kinderen met behulp van chips (van die eetbare, wel te verstaan) en limonade van de computers weggelokt moesten worden, want ze wilden er niet meer van af. Stapels kleurplaten werden nog uitgeprint om mee naar huis te nemen. 

Stageproject 
Het meeste werk voor dit nieuwe onderdeel van de toch al indrukwekkende NPS-site werd verricht door Marien van Os, die dit jaar afstudeert aan de Nederlandse Film- en Televisie-Academie, afstudeerrichting Nieuwe Media. De Sesamstraat. Het bouwen van de site (zowel vormgeving als html) vormde zijn stageproject. Hij werkte in nauw overleg met de redactie van Sesamstraat, die heel blij is met het nieuwe ontwerp. 'Wij krijgen zo vaak verzoekjes om het decor te bezoeken, die we allemaal moeten afwijzen omdat er gedraaid wordt. Nu kunnen de mensen op internet hun gang gaan,' zegt Ajé Boschhuizen. 
Omdat Van Os zijn stage vorige week beëindigde is de site al online gegaan hoewel er nog een en ander valt te verbeteren. Sterker, hij zal altijd wel 'under construction' blijven. Maar dat staat er tenminste niet zo sloom als op de Sesamstraat-pagina van licentiehouder Wavery. Die overigens wel heel aardig doorlinkt naar de NPS-pagina's. 

© Jan Rensen


 terug naar Spreek'Buis internetrubriek | | terug naar begin pagina

Vernieuwde site Stichting Nipkow  
uit: Spreek'Buis 740, 7 mei 1999 

Waarom kregen Kees van Kooten en Wim de Bie in 1985 hun derde en tevens laatste Zilveren Nipkowschijf? Waarom werden enkelen tweemaal bekroond? Die antwoorden staan op de vernieuwde site van de Stichting Nipkow
Op die site heeft AD-journalist Henk Langerak alle informatie over de Stichting Nipkow en de Nipkowschijf en Reissmicrofoon-prijswinaars door de jaren heen bijeengebracht. De geschiedenis gaat terug tot 1979. Juryrapporten, toespraken, besproken programma's en jurysamenstellingen zijn per jaar gerangschikt. Daaronder enkele in omroephistorisch opzicht, interessante toespraken van onder anderen Jan Blokker (1990), Wim Koole (1989), Kees Boomkens (1982), Ivo de Wijs (1986), Paul Witteman (1998 en 1984), Wim Kayer (1989 en 1979 met ZI),

Wim Koole (1989), Kees Boomkens (1982), Ivo de Wijs (1986), Paul Witteman (1998 en 1984), Wim Kayer (1989 en 1979 met ZI), Burny Bos (1983), Frans Boelen (1979) en Paul de Leeuw (1993). 
De site omvat zo'n honderd pagina's, een enorm karwei. 'Zeg dat wel,' reageert Langerak. 'Drie vrije dagen er aan opgeofferd. Ik had er een leuke fotopagina bijgemaakt en veel foto's op de pagina's gezet. Dat werd echter zo groot, dat de server van Euronet zei dat ik het maar moest bekijken. Ik zat tegen de 5Mb aan en die mag je als particulier niet overschrijden. Kon ik alle pagina's (ongeveer 100) weer screenen. Plaatjes kleiner maken, sommige verwijderen. De verwijzingen versoberen. De fotopagina schrappen. Kostte me weer een dag, de vierde.' 
Maar, vindt hij zelf, het resultaat mag er zijn. Een terecht constatering 

© Jan Rensen


terug naar Spreek'Buis internetrubriek | | terug naar begin pagina

BV Programmabladen neemt  
voorsprong met TV Web 

uit: Spreek'Buis 739, 23 april 1999 

Met de introductie van TVWeb heeft de BV Programmabladen AKN een forse voorsprong genomen op andere uitgevers. Met een overzicht van alle programmagegevens van zowel de publieke als commerciële omroepen plus een aantal buitenlandse zenders, is voor de frequente internetsurfer een tv-gids haast overbodig geworden.  

Het lijkt niet zo handig om de eigen abonnees een bijna volwaardig alternatief te bieden, maar als je het zelf niet doet, doet een ander het. Bijna was het al zover. Kort voor de geboorte van TVWeb verscheen de tv-gids van internetzoekdienst Ilse met een vooruitblik op het tv-aanbod gedurende een volle week. Na één dag verdween deze gids echter alweer omdat de Belgische partner van Ilse (onder welke vlag de site gepresenteerd werd, omdat Ilse zelf in strijd met de wet zou hebben gehandeld), vreesde van de NOS helemaal geen gegevens meer te zullen ontvangen. 
Totdat die wet sneuvelt heeft TVWeb de mogelijkheid een voorsprong op te bouwen, en dat is men hard van plan. Ook met commerciële activiteiten, zoals het boeken van reizen, het bestellen van video's, cd's en andere producten. Een simpele link brengt redactie en commercie bij elkaar. 'Een service aan de kijker,' noemt projectmanager Carl Lunenberg dat. 'Zoveel mogelijk achtergrondinformatie geven bij televisieprogramma's.' 
Wettelijk is alles in orde. Omroepen mogen weliswaar niet meewerken een het maken van winst door derden, maar voor advertenties in de omroepbladen was al een uitzonderingsregel. En bovendien zit in de BV Programmabladen uitgever VNU als vierde partner. Opvallend genoeg zijn de eerste advertenties op sommige TVWeb-pagina's geplaatst door de grote concurrenten PCM en Elsevier. 
De eerste eigen commerciële activiteit is ook al zichtbaar zij het onopvallend. Wie de knop "mailme" aanklikt krijgt niet zoals 

^
verwacht een schermpje om een reactie naar TVWeb te sturen,maar het aanbod een gratis emailadres te nemen. Wie aan de aanvraag begint krijgt al snel een uitgebreid formulier te zien dat volledig moet worden ingevuld. Hobby's, beroep, leeftijd, wat niet al, om de mailme-abonnee bij de persoonlijke interesse aansluitende informatie te verschaffen. Reclame, kortom. Ook mailberichten worden van reclame voorzien. 
Mailme wordt ondersteund door het bedrijf Datalink. Ik citeer letterlijk: 'DataLink houdt alleen met internet-geörienteerde toepassingen bezig. Zowel voor eigen exploitatie als voor derden doet DataLink het volgende: Ontwikkelen en in eigen beheer exploiteren van 'portal' en 'community' sites en co-branding deze sites.' 
Dan volgt een reeks bedrijfsnamen waaronder Mail4U (waaraan Mailme gecobrand zit), Fax4U (opnieuw letterlijk: 'De site waar eenieder met een fax-beheersysteem, ook heelgoed te gebruiken in combinatie met Mail4U.') en News4U ('De site met een compleets nieuws- en nieuwsbrieven-beheersysteem, ook heelgoed te gebruiken in combinatie met Mail4U.'). TVWeb biedt binnenkort ook nieuwsbrieven aan! 
En voorts levert TVWeb het katern TVMail aan de commerciële ezine News4Free. 

De site www.tvweb.nl lijkt overzichtelijk onderverdeeld in acht rubrieken, zoals TV Sport, TV Film en het al langer bestaande TV Update. Maar niet in het menubalkje en uitsluitend op de TVUpdate-pagina rechtsboven in het frame weggestopt, zitten de opties Nu op TV en Online Gids, en dat zijn juist de mooiste toepassingen. Bovendien komt het totaal nogal slordig over. Zo vonden we op 16 april op TV Soap elf maal de identieke aankondiging van een gastrol in Onderweg naar Morgen (eerlijk is eerlijk, een uurtje later waren ze weg) en in het lichtemuziek-gedeelte van TV Muziek de aankondiging van een programma op 9 april. Ook op andere pagina's trouwens veel verouderde rubrieken, en nergens (behalve in de totovoorspelling) informatie voor 17 april of verder. 
Niet echt de manier om een voorsprong op te bouwen. 

© Jan Rensen 
 


 terug naar Spreek'Buis internetrubriek | | terug naar begin pagina

Lennart van der Meulen: 
Toezicht op Internet-activeiten omroepen 
Commissariaat wil internet betrekken bij concessie-aanvraag 

uit: Spreek'Buis 735, 14 februari 1999 
 

Als het aan het Commissariaat van de Media ligt, zullen de publieke omroepen in hun concessieaanvragen voortaan ook moeten aangeven wat hun internetbeleid is, en zal door het commissariaat worden gecontroleerd of dat beleid wordt nageleefd. Dat zegt commissaris Lennart van der Meulen. Hij wil de regels die nu gelden voor de radio- en tv-uitzendingen van omroepen, van toepassing verklaren op hun internetactiviteiten. 

Van der Meulen zegt dit in het kader van een uitlating in het vorige week verschenen vakblad Adfo.web, waarin hij te spreken komt over de Nicam, het zelfregulerings-instituut dat het kabinet heeft voorgesteld ter bescherming van kinderen tegen seks en geweld. De Nicam zal zowel TV-producties als video’s en CD-roms reguleren. Internet valt daar niet onder, volgens Staatssecretaris Van der Ploeg, omdat internetaanbieders nog niet voldoende georganiseerd zijn. Volgens Van der Meulen zier het Commissariaat echter wel mogelijkheden voor toezicht op internet. 
'De activiteiten van de Nicam zouden zich ook moeten uitstrekken tot nieuwe media, althans voor zover die gebruikt worden door de omroepen,' zegt hij in Adfo.web. Nu gaat hij nog een stap verder. Want behalve een jaarlijkse evaluatie van het werk van dit instituut, uit te voeren door het commissariaat, wil Van der Meulen ook de regels die nu gelden voor de radio- en tv-uitzendingen van omroepen, van toepassing verklaren op hun internetactiviteiten. 
In een toelichting zegt hij te vinden dat in de nieuwe omroepwetgeving voor de concessieverlening in het jaar 

^
2000ook geregeld moet worden dat internet een hoofdtaak van de publieke omroep wordt. Daarmee bedoelt hij dat omroepen een gidsfunctie op internet moeten vervullen, betrouwbare informatie en diverse diensten aanbieden. Bij de concessie-aanvraag moeten de omroepen aangeven wat hun internetbeleid is en het Commissariaat controleert of dat wordt nageleefd, en of er een duidelijke scheiding is tussen informatie en commercie, aldus Van der Meulen. Hij beperkt zich daarbij overigens niet tot de publieke landelijke, regionale en lokale omroepen: ook op de internetsites van de Nederlandse commerciële omroepen wil hij toezicht gaan houden. 
Van der Meulen staat met zijn wensen niet alleen. Ook in Europees verband baart de tendens dat omroep en telecommunicatie steeds dichter naar elkaar toe kruipen, zorgen voor wat het toezicht betreft. 

Tijdens een bijeenkomst eind vorig jaar van de EPRA, de European Platform of Regulatory Authorities, bleek een grote verscheidenheid in de wijze waarop de landen hiermee omgaan. Internet wordt in het algemeen als telecommunicatie gezien, maar Zweden vindt realtime-uitzendingen van omroepen op Internet hetzelfde als omroep. Engeland wil nieuwe media pas als omroep gaan behandelen zodra deze een even groot bereik krijgen als radio en televisie, Duitsland ziet nieuwe diensten die een omroepprogramma ondersteunen ook als omroep. Frankrijk maakt geen onderscheid tussen media maar wel tussen publieke en private communicatie. Een indeling waarmee je waar het Internet betreft, moeilijk mee uit de voeten kan. Vertegenwoordigers van de Europese Commissie (DG10: Audiovisuele Media) meldden op de bijeenkomst, dat digitalisering en nieuwe media wel een andere regulering vragen, maar dat de principes van het toezicht zoals dat nu op omroep gehouden wordt, overeind zouden moeten blijven als het gaat om informatie gericht op het algemene publiek. 

© Jan Rensen / Joke Molendijk 
 
 
 


terug naar Spreek'Buis internetrubriek | | terug naar begin pagina